Ga naar de homepage
 
 
Het Nederlands consulaat-generaal te São PauloPortuguês
 
 
 
 
 
 
Adoptie
Nederlanders in het buitenland die een kind willen adopteren
Het ministerie van Buitenlandse Zaken en de Nederlandse ambassades en consulaten in het buitenland spelen geen bemiddelende rol bij de adoptieprocedure in het buitenland. U dient hiervoor zelf contact op te nemen met de lokale autoriteiten. U hoeft geen toestemming te vragen van de Nederlandse autoriteiten om een kind te kunnen adopteren als u in het buitenland woont.

Geen erkenning buitenlandse adopties kinderen uit Cambodja
Het ministerie van Justitie heeft in mei 2003 de mogelijkheid opgeschort voor in Nederland woonachtige aspirant-adoptiefouders kinderen afkomstig uit Cambodja te adopteren. De reden hiervan is gelegen in ernstige zorgen over de zorgvuldigheid van de Cambodjaanse adoptieprocedures. Deze opschorting is mede tot stand gekomen op basis van door de Nederlandse ambassade te Bangkok aangeleverde informatie.

In lijn met bovenbedoelde opschorting erkent het ministerie van Buitenlandse Zaken geen adopties van kinderen afkomstig uit Cambodja. Gezien met name de corruptie in Cambodja is het voor dit ministerie niet mogelijk zich een betrouwbaar oordeel te vormen over de zorgvuldigheid van de gevolgde adoptieprocedure in een individuele zaak, zoals dit wel vereist is op grond van de Wet conflictenrecht adoptie.

Wet conflictrecht adoptie
De Wet van 3 juli 2003, houdende regeling van het conflictenrecht inzake adoptie en de erkenning van buitenlandse adopties (Wet conflictenrecht adoptie, Staatsblad 2003, 283) is op 1 januari 2004 in werking getreden.

Vanaf 1 januari 2004 is de Wet conflictenrecht adoptie van toepassing zijn op internationale adopties die niet vallen onder het werkingsgebied van het reeds bestaande Haags Adoptieverdrag van 1993. Vanaf 1 januari 2004 zal men dus zowel rekening moeten houden met de bepalingen van de Wet conflictenrecht adoptie als met de bepalingen en het werkingsgebied van het Haags adoptieverdrag en aanverwante wetten en regelingen (zoals de Wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie 1988).

Toelichting
Op 1 oktober 1998 is voor Nederland het Haags Adoptieverdrag van 1993 in werking getreden. Op grond van het verdrag worden interlandelijke adopties die op basis van de in het verdrag voorgeschreven procedures tot stand zijn gekomen in de verdragslanden automatisch erkend. Een zogenaamde ‘Certificate of Conformity’ afgegeven door de Centrale Autoriteit (CA) van het verdragsland waar de adoptie is uitgesproken vormt het bewijs dat het een verdragsadoptie betreft.

Brazilië is ook ondertekenaar van het Haags Adoptieverdrag. Zie ook Externe link website HccH.

Naast het verdrag zal vanaf 1 januari 2004 ook de Wet Conflictenrecht adoptie (WCAd) gelden. De WCAd regelt de erkenning en rechtsgeldigheid van internationale adopties die niet vallen onder het werkingsgebied van het Haags adoptieverdrag (ex artt. 1 en 5 WCAd).
Het gaat daarbij om
1. de erkenning van adopties, tot stand gekomen in de Staat waar alle betrokken partijen ten tijde van de adoptie gewone verblijfplaats hadden;
2. de erkenning van adopties, tot stand gekomen in de Staat waar hetzij de adoptiefouders, hetzij het kind ten tijde van de adoptie gewone verblijfplaats hadden, terwijl de andere partij wél buiten Nederland gewone verblijfplaats had; en
3. de erkenning van adopties, tot stand gekomen in de Staat waar het kind ten tijde van de adoptie gewone verblijfplaats had terwijl de adoptiefouders in Nederland gewone verblijfplaats hadden.

De WCAd heeft zowel betrekking op buitenslands tot stand gekomen adoptiebeslissingen als op adopties die in Nederland worden uitgesproken.

Onder adoptie dient volgens de toelichting op artikel 2 WCAd in ieder geval te worden verstaan een beslissing genomen door een bevoegde autoriteit waarbij familierechtelijke betrekkingen tussen het minderjarige kind en de adoptiefouder(s) tot stand komen.
De bevoegde autoriteit kan een rechterlijke autoriteit maar ook een administratieve autoriteit zijn. Een zogenaamde ‘sterke’ adoptie wordt meestal door een rechterlijke instantie uitgesproken. Een ‘zwakke’ adoptie meestal door een administratieve instantie (zoals een notaris of een overheidsinstantie).
De minderjarigheid van het kind moet worden beoordeeld naar het nationale recht van het kind.

De WCAd heeft geen terugwerkende kracht. De Wet is derhalve van toepassing op verzoeken die op of na het tijdstip van haar inwerkingtreding in Nederland bij de Nederlandse rechter worden ingediend en op de erkenning van adopties die op of na het tijdstip van haar inwerkingtreding buitenslands tot stand zijn gekomen (ex art. 10 WCAd).

De WCAd is opgedeeld in vier hoofdstukken en bevat 12 artikelen.
Hoofdstuk 1 bevat algemene bepalingen.
Hoofdstuk 2 bepaalt welk recht van toepassing is op de in Nederland uit te spreken adoptie en haar rechtsgevolgen.
Hoofdstuk 3 heeft betrekking op de erkenning van een buitenlandse adoptie en haar rechtsgevolgen.
Hoofdstuk 4 bevat de slotbepalingen.

Hieronder zal nader worden ingegaan op de meest relevante artikelen van de WCAd en het onderscheid tussen het Haags adoptieverdrag en de WCAd.

Artikel 1 WCAd Artikel 1 WCAd bepaalt dat het hierboven reeds genoemde Haagse adoptieverdrag van toepassing blijft op gevallen die onder de werking van dat verdrag vallen. Van een zogenaamde verdragsadoptie is sprake als de adoptiefouder(s) woonachtig zijn in verdragsland A en het te adopteren kind in verdragsland B en bij de adoptieprocedure zijn de Centrale Autoriteiten (CA) van de beide verdragslanden betrokken. Ten bewijze van het feit dat het een verdragsadoptie betreft dienen de ouders een ‘Certificate of Conformity’ over te leggen afgegeven door de CA van het verdragsland waar de adoptie is uitgesproken. Een verdragsadoptie wordt in Nederland automatisch erkend. Echter, men dient w.b. de directe rechtsgevolgen ook bij verdragsadoptie rekening te houden met het onderscheid tussen zogenaamde ‘zwakke’ en ‘sterke’ adopties. Bij een sterke adoptie ontstaat tussen de adoptiefouder(s) en het kind een familierechtelijke betrekking en verkrijgt het kind, indien het sterke verdragsadoptie betreft direct de Nederlandse nationaliteit. Bij een zwakke adoptie is de familierechtelijke betrekking tussen het kind en zijn oorspronkelijke ouder(s) niet (geheel) verbroken. Het geadopteerde kind verkrijgt bij een zwakke adoptie niet de Nederlandse nationaliteit van de Nederlandse adoptiefouder(s). De zwakke verdragsadoptie wordt naar Nederlands recht wel erkend maar dient d.m.v. een rechterlijke procedure omgezet te worden in een sterke adoptie naar Nederlands recht (met nationaliteitsrechtelijke gevolgen).

Artikel 5 WCAd Artikel 5 WCAd geeft aan dat de bepalingen van hoofdstuk 3 van de WCAd slechts betrekking hebben op ‘adopties die tot stand zijn gekomen in staten die geen partij zijn bij’ het Haags adoptieverdrag. De tekst van dit artikel dekt meer dan de lading. Wat slechts bedoeld wordt in dit artikel is dat de bepalingen van dit hoofdstuk geen betrekking hebben op adopties die vallen onder de werking van het Haags adoptieverdrag. Indien het een zogenaamde verdragsadoptie betreft dan is de WCAd niet van toepassing. Van een verdragsadoptie is sprake als de adoptiefouder(s) woonachtig zijn in verdragsland A en het te adopteren kind in verdragsland B en bij de adoptieprocedure zijn de Centrale Autoriteiten (CA) van de beide verdragslanden betrokken. Ten bewijze van het feit dat het een verdragsadoptie betreft dienen de ouders een ‘Certificate of Conformity’ over te leggen die door de CA van het land waar de adoptie werd uitgesproken wordt afgegeven.

Artikel 6 WCAd
Gewone verblijfplaats van alle partijen in het buitenland:
Artikel 6 WCAd heeft betrekking op buiten Nederland tot stand gekomen adoptiebeslissingen waarbij alle partijen buiten Nederland wonen en maakt onderscheid tussen:
a. een buitenlandse adoptiebeslissing in het land waar de adoptiefouder(s) én het kind zowel ten tijde van het adoptieverzoek als ten tijde van de adoptieuitspraak hun gewone verblijfplaats hadden (art. 6, lid 1a WCAd) en
b. en buitenlandse adoptiebeslissing in het land waar hetzij de adoptiefouder(s), hetzij het kind zowel ten tijde van het adoptieverzoek als ten tijde van de adoptieuitspraak hun gewone verblijfplaats hadden (kortom: partijen wonen in verschillende vreemde landen) (art. 6, lid 1b WCAd).

Bevoegdheid beslissingsautoriteit en erkenning buitenlandse adoptiebeslissing: Art 6, lid 1 WCAd bepaalt dat een buiten Nederland gegeven adoptiebeslissing in Nederland van rechtswege wordt erkend indien de adoptiebeslissing is uitgesproken door een ter plaatse bevoegde autoriteit van de vreemde Staat waar de adoptiefouder(s) én het kind hun gewone verblijfplaats hebben (lid 1a- situatie) of waar één van hen gewone verblijfplaats heeft (lid 1b-situatie). De gewone verblijfplaats van alle of één der partijen in een vreemd land bepaalt volgens de WCAd de internationale bevoegdheid van de autoriteit van dat land om een adoptiebeslissing te nemen. De adoptiebeslissing wordt erkend tenzij erkenning op basis van de leden 2 en 3 dient te worden onthouden.

Gronden om erkenning te onthouden: 1. Op grond van art 6, lid 2 WCAd wordt aan een buitenlandse adoptiebeslissing erkenning onthouden indien:
a. aan de beslissing kennelijk geen behoorlijk onderzoek of behoorlijke rechtspleging is voorafgegaan (art 6, lid 2a WCAd). Maatstaf bij het vereiste van behoorlijke rechtspleging is het Nederlandse (internationale) recht. Vragen die men kan stellen zijn o.a. of e.e.a. voldoet aan de beginselen van behoorlijke rechtspleging zoals hoor/wederhoor, gelijke behandeling van partijen, een behoorlijk onderzoek van de standpunten van partijen. Bij behoorlijke rechtspleging kan volgens de MvT o.a. gedacht worden aan de verkrijging van toestemmingen van de oorspronkelijke ouder(s) en/of raadpleging van anderen dan de adoptanten. Mocht e.e.a. onvoldoende blijken, kan nader onderzoek geboden zijn.
b. In geval er sprake is van de lid 1b-situatie (partijen wonen in verschillende vreemde landen) de adoptiebeslissing van de Staat waar de ene partij gewone verblijfplaats heeft/had, niet is erkend in de Staat waar de ander partij gewone verblijfplaats heeft/had (art 6, lid 2b WCAd). Ingeval sprake is van lid 1b, is voor de erkenning naar Nederlands recht derhalve vereist dat de adoptiebeslissing in Staat A (waar het kind of de adoptiefouders gewone verblijfplaats hebben/hadden) is erkend in Staat B (waar de andere partij: de adoptiefouder(s) respectievelijk het kind gewone verblijfplaats hebben/hadden t.t.v. het adoptieverzoek en de uitspraak).
c. de erkenning van de adoptiebeslissing kennelijk in strijd met de openbare orde zou zijn (art 6, lid 2c WCAd). Bij toetsing aan de regels van openbare orde en meer in het bijzonder de fundamentele regels van het Nederlands adoptierecht dient met name rekening gehouden te worden met de belangen van het kind bij de (niet-) erkenning van de beslissing. In het Nederlandse adoptierecht speelt met name het belang van het kind een belangrijke rol bij het nemen van een beslissing. Voorts kan volgens de MvT worden gedacht aan de minimale leeftijd van de adoptie-ouders.

2. Art 6, lid 3 WCAd bepaalt dat aan een buitenlandse adoptiebeslissing op de in het tweede lid, onder c genoemde grond (kennelijk in strijd met de openbare orde) erkenning wordt onthouden indien de beslissing kennelijk op een schijnhandeling betrekking heeft. Hiervan zou volgens de MvT onder meer sprake kunnen zijn indien de adoptieprocedure is misbruikt ter verkrijging van een permanent verblijfsrecht in Nederland of de Nederlandse nationaliteit.
Dat de buitenlandse rechter ander recht heeft toegepast dan de Nederlandse rechter zou hebben gedaan is geen grond om de exceptie van openbare orde in te roepen (art. 6, lid 4 WCAd).

Een conform de bepalingen van artikel 6 WCAd rechtsgeldig tot stand gekomen buitenlandse adoptiebeslissing wordt in Nederland van rechtswege erkend. Een erkennings- of exequaturprocedure, (‘adoptie-dubbelop’) ten overstaan van de Nederlandse rechter is niet nodig.

Artikel 7 WCAd
Gewone verblijfplaats kind in het buitenland, adoptiefouders in Nederland
Artikel 7 WCAd heeft betrekking op buiten Nederland uitgesproken/tot stand gekomen adoptiebeslissingen door een ter plaatse bevoegde autoriteit van de vreemde Staat waar het kind zowel ten tijde van het adoptieverzoek als ten tijde van de adoptieuitspraak zijn gewone verblijfplaats had, terwijl de adoptiefouders gewone verblijfplaats in Nederland hadden.

Erkenning Een dergelijke buitenlandse adoptiebeslissing wordt in Nederland NIET van rechtswege erkend. Op grond van artikel 7, lid 2 WCAd stelt de Nederlandse rechter in deze gevallen vast of aan de voorwaarden genoemd in artikel 7, lid 1 is voldaan en of de buitenlandse beslissing kan worden erkend naar Nederlands recht e.e.a. conform de procedure van artikel 1: 26 van het Nederlands Burgerlijk Wetboek (art. 26 betreft de door de rechtbank af te geven verklaring voor recht omtrent de rechtsgeldigheid in Nederland van een buitenlandse akte of uitspraak).

Artikel 9 WCAd Indien sprake is van een buitenlandse ‘zwakke’ adoptie (die ook als zodanig in Nederland zal worden beschouwd, zie art 8, lid 2 WCAd) kan, indien het kind in Nederland gewone verblijfplaats heeft en daar voor permanent verblijf bij de adoptiefouders is toegelaten, een verzoek tot omzetting in een sterke adoptie naar Nederlands recht worden ingediend.
Indien de adoptie conform art. 6 WCAd (of art 7 WCAd) voor erkenning in aanmerking komt maar het betreft een zwakke adoptie dan heeft die adoptie geen nationaliteitsrechtelijke gevolgen. Voor dit kind dient een MVV aangevraagd te worden om met zijn adoptiefouders naar Nederland te kunnen reizen. Vervolgens kan de zwakke adoptie ten overstaan van de Nederlandse rechter pas worden omgezet in een sterke adoptie indien het kind in Nederland gewone verblijfplaats heeft en voor permanent verblijf bij de adoptiefouders is toegelaten.

Nationaliteitsrechtelijke gevolgen WCAd Aan een ‘sterke’ buitenlandse adoptiebeslissing die op grond van artikel 6 en 7 WCAd naar Nederlands recht kan worden erkend (door de consulaire ambtenaar of door de Nederlandse rechter) ontleent het geadopteerde kind direct de Nederlandse nationaliteit indien één van de adoptiefouders Nederlander is op de dag dat de buitenlandse adoptieuitspraak kracht van gewijsde heeft gekregen én het kind op de dag van de buitenlandse uitspraak in eerste aanleg minderjarig was.

Aan een ‘zwakke’ buitenlandse adoptiebeslissing die op grond van artikel 6 en 7 WCAd naar Nederlands recht kan worden erkend (door de consulaire ambtenaar of door de Nederlandse rechter) ontleent het geadopteerde kind niet de Nederlandse nationaliteit. Pas door omzetting van de zwakke buitenlandse adoptiebeslissing in een sterke adoptie naar Nederlands recht ten overstaan van de Nederlandse rechter (zie art. 9 WCAd) verkrijgt het kind de Nederlandse nationaliteit indien ten minste één van de adoptiefouders Nederlander is op de dag dat de Nederlandse uitspraak kracht van gewijsde heeft gekregen én het kind op de dag van de uitspraak houdende omzetting in eerste aanleg minderjarig was.

Bij een ‘sterke’ adoptie ontstaat tussen de adoptiefouder(s) en het kind een familierechtelijke betrekking en zijn de familierechtelijke betrekkingen met de oorspronkelijke ouders verbroken. Bij een ‘zwakke’ adoptie zijn de familierechtelijke betrekkingen met de oorspronkelijke ouders niet verbroken maar hebben de adoptiefouders minstens het gezag over het kind verkregen; mogelijk zijn er ook familierechtelijke betrekkingen tussen het kind en de adoptiefouders ontstaan.
Link: wijsopreis
Link: Ministerie van Buitenlandse Zaken
Link: Brazilië portal
Link: Grenzeloze Kunst